HOMEPAGE
Het oeuvre van Jan Pieterszoon Sweelinck bevindt zich op de scheidslijn tussen de Renaissance en de Barok. In zijn klavierwerken zijn de diverse kenmerken van beide perioden terug te vinden. Zijn historisch belang is hem vooral gelegen in de typische eigenschappen die op de muzikale ontwikkelingen van de Barok vooruitlopen.

Deze eigenschappen zijn duidelijk aan te wijzen in de composities voor orgel en klavecimbel, die aantonen dat Sweelinck zeer goed op de hoogte was van zowel de Italiaanse (Venetiaanse) stijl van bijvoorbeel Claudio Merulo en Andrea Gabrieli, als de Engelse stijl van bijvoorbeeld John Bull en Peter Philips.

Ook met de Spaanse traditie van componisten als Antonio de Cabezon en Luis Milan moet hij bekend zijn geweest. In zijn compositieleerboek baseerde Sweelinck zijn compositieregels voornamelijk op Zarlino. Zijn vormtechniek is grotendeels terug te voeren op de Italiaanse toccata en ricercare. De versieringstechniek daarentegen is direct beïnvloed door de Engelse virginalisten.

Zijn muziek werd in Engeland zeer gewaardeerd, wat onder meer blijkt uit het feit dat er enige werken van Sweelinck opgenomen werden in het bekende Fitzwilliam Virginal Book , een verzameling klavierwerken van de bekendste Engelse componisten uit het begin van de 17de eeuw.

Het is moeilijk uit te maken welke van Sweelincks klavierwerken voor orgel of voor klavecimbel bedoeld zijn. Zij zijn ook niet tijdens zijn leven in druk verschenen, maar vooral – en dan met name bij onze oosterburen – in afschriften teruggevonden.

De klavierwerken van Jan Pieterszoon Sweelinck bestaan uit drie verschillende genres :

1) Toccata’s
2) Fantasia’s (met alle verschillende manieren van imitatie)
3) Variaties (variaties voor orgel op geestelijke melodieën en wereldlijke variaties voor klavecimbel)

Er zijn verschillende opnamen van de klavierwerken van Jan Pieterszoon Sweelinck verkrijgbaar. De box Sweelinck The complete keyboard works werd uitgegeven door NM Classics (NM Classics 92119) op negen cd’s met een uitgebreide toelichting. Deze opnamen werden gemaakt in 1999, 2000 en 2001 door – voornamelijk - Nederlandse organisten en klavecinisten.